Wat gebeurde er met Pasen?

Tekst-compilatie van de zoom-bijeenkomst van Michiel Koperdraat bij Stichting Gezond Verstand Avonden, Tweede Paasdag, 5 april 2021

vergina-star-vector

Inleiding

Het Paasverhaal (en feitelijk de gehele Bijbel) zit vol metaforen en vergelijkingen, ofwel wonderen en gelijkenissen. Er wordt iets mee verteld dat achter het fysieke verhaal verborgen ligt: een onderliggende laag van leerstellingen die in de tijd van Christus (en de eeuwen daarna) niet zomaar konden worden verteld. Bovendien was dit bestemd voor mensen die hier al naar op zoek waren en dus ‘vruchtbare grond’ konden zijn voor diepere inzichten en scholing.
.

Terug naar de werkelijke betekenis

Het normale Pasen staat tegenwoordig voor gezelligheid, familie, eieren & hazen, samen eten en een bezoekje aan de meubelboulevard. Dat kan ook dit jaar niet vanwege vrij onzinnige ‘maatregelen’. Wellicht een bijkomstig geluk, want dan kunnen we ons bezinnen op waar Pasen als feest van het licht werkelijk voor staat. Niet ons bezinnen in traditioneel-religieuze zin – zoals ons dat geleerd is en zoals dat nog in vele religies (kerkelijk) wordt gevierd – maar in esoterische zin: wat heeft Pasen onszelf te zeggen en wat zegt het over onze eigen innerlijke ontwikkeling, de ontwikkeling van elk individueel mens. Daar gaan we het in deze zoom over hebben en we vermijden hierin werkelijk elke traditionele religieuze opvatting.
...

Maurice Nicholl

Maurice Nicoll (19 juli 1884 – 30 augustus 1953) was een Schotse psychiater, auteur en bekende leraar van de Vierde Weg. Hij is vooral bekend om zijn psychologische commentaren op de leer van Gurdjieff en Ouspensky.
Nicoll werd geboren op de pastorie in Kelso, Schotland en zijn vader was predikant van de Free Church of Scotland. Hij studeerde wetenschap aan de universiteit van Cambridge en werd uiteindelijk collega van Carl Gustav Jung. Jungs psychologische onthullingen en zijn eigen werk met Jung in deze periode hadden een blijvende invloed op hem als jonge man.
.
Na zijn legerdienst tijdens de Eerste Wereldoorlog keerde hij terug naar Engeland om psychiater te worden. In 1921 ontmoette hij Peter Ouspensky, een leerling van Georgi Gurdjieff. In 1931 volgde hij het advies van Ouspensky op en begon hij zijn eigen studiegroepen in Engeland: een werkprogramma voor het doorgeven van de ideeën die Maurice Nicholl had verzameld en die door middel van wekelijkse toespraken aan zijn eigen studiegroepen werden gegeven. In 1950 schreef Maurice Nicholl een uitgebreide uitleg van bijbelse wonderen en gelijkenissen in het boek ‘De Nieuwe Mens’ (‘The New Man: An interpretation of some parables and miracles of Christ’). Dat boek was een enorme eyeopener! “Van alle boeken over de leer van Jezus is er geen enkele waardevoller dan dit, het staat nu naast de bijbel in mijn boekenkast”, schreef een recensent. Maurice Nicholl geeft glashelder inhoud aan al die bijbelse onbegrijpelijkheden, die feitelijk al eeuwen even onbegrijpelijk worden doorgegeven.
Maurice Nicholl kon dit verhelderende boek schrijven omdat hij als leerling van P.D. Ouspensky op de hoogte was van het Stelsel, de ontwikkelingsmogelijkheden die elk mens heeft. Het is voor elk mens belangrijk om hier kennis mee te maken en daarom gaan we het erover hebben in deze zoom.
.

Samenvatting

  • Pasen, als feest van het licht, staat voor iets heel anders dan het bevredigen van aardse geneugten en oppervlakkige gezelligheid zoals vandaag gebruikelijk is. Wat is daar werkelijk gebeurd in het Hof van Olijven, en wat ging eraan vooraf?
  • De Bijbel is een van de beschrijvingen van een zeer oude leer over de mogelijke evolutie van de mens als individu. Een leerschool om uit te stijgen boven de verdeeldheid en het geweld van ons huidige zijnsniveau.
  • Alle het beschrevene in de evangeliën heeft een uiterlijke en innerlijke psychologische betekenis.
  • De esoterische leer was bedoeld voor hen die al op zoek waren en is daarom versluierd opgeschreven, als het ware omhuld door ‘verhalen en anekdotes’.
  • De bijbelse gelijkenissen en wonderen werden door de eeuwen heen steeds minder begrepen, en dus is de betekenis van deze leer tot innerlijke evolutie van de mens verloren gegaan in de reguliere religie.

Jezus reisde en studeerde jarenlang, tussen zijn kind zijn en volwassenheid en onbekend op welke plekken, voor hij als leermeester begon op te treden.
Georgi Gurdjieff reisde ook overal, voor een periode van studie en innerlijke groei, voordat hij als mysticus met groepen begon te werken, dus dat kunnen we dus enigszins met elkaar vergelijken.
Ouspensky bracht deze Kennis naar het westen en stichtte scholen voor innerlijke ontwikkeling die sinds de zestiger jaren ook in Nederland zijn geopend.
Maurice Nicholl heeft de leerstellingen van Gurdjieff en Ouspensky doorgegeven, o.a. middels het duiden van van de werkelijke betekenis van bijbelse gebeurtenissen.

 

vergina-star-vector

Wat gebeurde er werkelijk met Pasen?

 

Maurice Nichol schrijft:
      “Achter al het verschijnen en verdwijnen van de uiterlijke vormen van religie is er steeds een brede, volledig ontwikkelde stroom van Weten geweest, altijd hetzelfde en altijd gericht op hetzelfde doel: het opwekken, innerlijk doen groeien en evolueren van de mens tot een hoger niveau in zichzelf. De mens is nog niet voltooid in zijn evolutie”.
Je kunt ook zeggen: groeien naar innerlijke eenheid en werkelijk volwassen worden.

Gelijkenissen in de bijbel zijn metaforen of allegorieën zoals: aarde en hemel, wedergeboorte, wijngaarden, olie, steen, water (en beker met levend of bitter water), wijn, zaden, brood, vis en vissen, wonderen, huwelijken, zonen, heren des huizes, betekenis van getallen, 10 geboden, bronnen die opwellen of droog staan, paarlen voor zwijnen, farizeeërs en schriftgeleerden, armen en aalmoezen, melaatsen en gehandicapten (blinden, lammen, verschrompelde handen), onreinheid, liggen en staan of wandelen (in slaap of wakker zijn), linker- en rechterhanden, bekoringen en verzoekingen, allerlei familieleden, woestijn en stenige grond, de kraaiende haan, het gouden kalf, kaf en koren, Babylonische spraakverwarring, de laatsten zullen de eerste zijn, noem maar op, er is nog veel meer. Ik zou ze graag allemaal behandelen, maar dan zitten we hier morgenochtend nog… Je kunt beter het boekje De Nieuwe Mens aanschaffen, daarin wordt het meeste hiervan geduid.
Voorbeeldjes: zo staan baby’s en jonge kinderen voor kostbaarheden en nieuwe dingen, of een nieuw kwetsbaar begrijpen wat moet worden beschermd.
‘Bekering’ staat voor een radicale verandering van denken, voelen en zien. En dit kan dan leiden tot waar geloof en vervolgens tot wedergeboorte.
Waar Geloof (i.p.v. kleingelovigheid) staat voor het inzien van een een nieuwe realiteit. Echte realiteit. Daarom kan “alleen geloof redden”. Geloof is dus niet alleen een ‘zekerheid’ die boven elk op de zintuigen gebaseerd bewijs uitstijgt, maar ook een overtuigd zijn van innerlijke mogelijkheden vóórdat we die hebben gerealiseerd. Het realiseren van dat het leven geen doel op zichzelf kan zijn, is de voorbode van dat werkelijke geloof.
Met het Koninkrijk der hemelen wordt een geestelijke staat van bevrijding, onthechting, verlichting en zelfrealisatie bedoeld.

De bijbelse leer is gericht op een innerlijke evolutie: een mógelijke evolutie van de menselijke geest die leidt naar een verlichte staat. Dit is zeer helder beschreven in het laatste boek van P.D. Ouspensky ‘De mens en zijn mogelijke evolutie’ (zie afbeelding). In de bijbel wordt dit ‘wedergeboorte’ genoemd, door zelfontwikkeling dus. Deze grote omslag naar een hogere staat is te vergelijken met die van een larve naar vlinder, net zo’n grote verandering dus. Maar de mens heeft in zijn laagste staat helaas veel pretenties, waardoor hij die ontwikkeling, die evolutie, niet eens wenst aan te vangen, of maar heel wispelturig. Vaak denken mensen, door het Stelsel te snappen, al een heel eind op weg te zijn. Zij rekenen zichzelf, vanuit verbeelding, een hogere ontwikkelingsstaat toe, dan werkelijk het geval is.
Daarom was er het achtste gebod: Gij zult niet stelen: het ego wil graag wijsheid aan zichzelf toeschrijven, ook in de tijd van deze bijbelse leer dus, en denkt deze, na een oppervlakkige kennismaking ermee, reeds te bezitten in zijn onwetendheid, ijdelheid, zelfverheerlijking (en soms zelfs uit pure stompzinnigheid). Jezelf (vanuit verbeelding) dus iets toerekenen wat je nog niet toebehoort is stelen.

Maurice Nichol schrijft:
      “Het is als een eikel die denkt dat de gehele leer over de eikenboom op hemzelf al van toepassing is, en zich verbeeldt, zoals hij als eikel is, reeds een volledige eikenboom te zijn.”

En die larve mag zich niet verbeelden reeds een vlinder te zijn. Hij moet zich zijn mogelijke transformatie realiseren en er specifiek naar toewerken, dit houdt in dat ie alles moet achterlaten wat dit in de weg staat en de benodigde voorbereidingen zal moeten doen.

Maurice Nichol schrijft:
      “Dit is de huidige stand van zaken in de wereld waarin een individu alles aan zichzelf toeschrijft en geen besef heeft van enig ander idee van het universum, of van de betekenis van de mens op aarde. Hij schrijft zichzelf geest, denken, bewustzijn, voelen, willen, leven, in één woord álles toe, hoewel hij niet in staat is, en nooit zal zijn, ook maar een van deze dingen te verklaren. Zijn enige verklaring van het universum (door de wetenschap nog wel – MK) is dat het bij toeval is ontstaan en zinloos is.”

Steen, water, wijn

Een van de belangrijkste gelijkenissen in de bijbel is die van steen, water en wijn.
Steen staat in de bijbel voor theoretische waarheid, dus opgeschreven of uitgelegde waarheid die begrepen kan worden met het hoofd, met onze rede.
Water staat voor doorleefde of levende waarheid, d.w.z. waarheid die in ons is gesetteld en wordt gepraktiseerd. Waarheid waar we elke dag naar leven en die al ons handelen bepaalt. Dan leven we naar waarheid en worden een waar mens.
Wijn staat voor een nog hogere innerlijke waarheid, een nog grotere verfijning en beleving ervan die permanent in ons geworden. Wijn-waarheid leidt naar wedergeboorte.
Als voorbeeld hebben we de gelijkenis van de bruiloft te Kana: we weten niet wie er trouwden, we weten ook niet wat de situatie was, maar het vond plaats na drie dagen – en ‘drie’ heeft dus ook een betekenis – en bij deze gelegenheid maakte Jezus van water wijn. Hele goeie wijn ook nog! We kunnen er vanuit gaan dat deze bruiloft betekent dat er mensen bijeen kwamen en dat er trouw werd gezworen aan waarheid. Dat mensen hier een innerlijk verbond met zichzelf sloten. Waarschijnlijk was het een soort geestelijke gathering van mensen die zich innerlijk wilden bevrijden en aan die wens trouw gingen zweren. Maar er was niet al te veel werkelijke levende waarheid waaruit kon worden getapt, dus kwam Jezus in actie. Hij liet in stenen kommen (in de bedding van theoretische leerstellingen) levend water doen (de gepraktiseerde waarheid zoals deze mensen hoogstwaarschijnlijk al wel kenden) en maakte van dit water wijn: hij liet ze allen de hoogste waarheid zien, of voelen, of ervaren, een transformatie naar het hoogste in ieder mens.
Hierna begon Jezus zijn carrière als leermeester.
Steen > water > wijn: de innerlijke ontwikkeling in de menselijke geest

Getallen

Ook worden er veel getallen gebruikt, die allen symboliseren. Hier enige voorbeelden:

  • Staat voor volledig of voor voltooiing, denk aan drie maal de verloochening van Petrus Na de derde dag die bruiloft te Kana. Op de derde dag Jezus’ opstanding. Drie maal satans verzoeking in woestijn. Jezus vraagt drie maal aan Petrus of hij hem liefheeft (twee verschillende Griekse woorden voor ‘liefhebben’ – αγαπαώ en φιλέω – laten zien dat Petrus hem niet begrijpt). Het getal drie kennen we natuurlijk als eerste van de Drie-Eenheid.
  • Staat voor aardse zintuiglijkheid, de zintuiglijke (lagere) wereld die we voor de enige werkelijkheid houden. Vijf zuilengangen (in de Schaapspoort Bethesda) waar mensen niet verder komen in hun ontwikkeling. Vijf (niet echte) mannen van een Samaritaanse vrouw.
  • Het getal van schepping en voorbereiding (de werkweek voor de sabbat) en onvolkomenheid. Zes jaren dienen bij een meester en zes jaren snoeien van de wijngaard. Zes dagen van ‘arbeid’ ofwel: zes stadia in de ontwikkeling in de mens. En we kennen het getal van het ‘beest’: 666.
  • Het heilige getal. De wet van zeven, de zeven scheppingsdagen, 70 x zeven maal moest Petrus mensen vergeven. Zeven engelen, zeven zegels, zeven bazuinen, zeven schalen, zeven plagen, enzovoort. Maar we kennen ook wereldwijd zeven tonen in een toonladder.
  • Ook een getal van volledigheid: twaalf apostelen (het kunnen er best meer of minder zijn geweest). Het volk van God is verdeeld in twaalf stammen. De levensboom die twaalf maal per jaar vrucht draagt. Maar ook hebben we twaalf maanden in een jaar en twaalf halve tonen in een octaaf.
  • Veertig dagen, veertig jaar, staan voor lange crisisperioden, van boetedoening, van bezinning, voor vasten of beproevingen. Bijvoorbeeld veertig dagen of jaren in de woestijn. Veertig dagen vasten voor Mozes voor op de berg en stenen tafelen bikte.

Simon Petrus

Laten we het nu even over Simon Petrus hebben, als een van de discipelen – hij werd door Jezus ‘Petrus’ genoemd, dat in het Grieks (πέτρα, pètra) steen of rots betekent – en hij zou de hoeder van het stelsel van waarheid worden, van de esoterische leer (het Stelsel, zoals Ouspensky De Vierde Weg noemde). Petrus zou de rots, de basis worden waarop een kerk, ofwel een leerschool, kon gaan worden gebouwd.

Maar Petrus had al wel meer dan boekenwijsheid, zoals Johannes de Doper die had, die hierdoor op een gegeven moment niks meer van Jezus snapte. Johannes de Doper doopte iedereen in dogmatiek, in de dogmatische opdracht om goed te doen, je gebeden te doen, je aan de heilige feestdagen te houden, kortom, wat de huidige kerken nu nog steeds doen.
Petrus kon méér, en kon juist mensen zeer enthousiasmeren, kennelijk spelend met de leerstellingen, maar die Kennis was nog niet in hemzelf geworteld. Hij was nog afhankelijk van wat hij met zijn hoofd kon bevatten. Het was allemaal nog niet ingedaald.

Petrus was dan ook die apostel die nog niet – of maar heel kort – op water kon ‘lopen’, op waarheidsbeleving, op geleefde water-waarheid dus, en zodra zich allerlei moeilijkheden in zijn leven aandienden (hier voorgesteld als hoge golven en wind) zakte hij in de ‘plomp’. Waarheid over hemzelf was bij hem nog niet verinnerlijkt, en niet tot levend, geleefde waarheid geworden, en dus zonk hij hulpeloos in getheoretiseer weg, gelijk toen het moeilijk werd, en reikte hij maar weer uit naar zijn meester die hem moest gaan ‘redden’.
Petrus was compleet op de leermeester Jezus gericht en toen zijn meester wegviel, doordat die werd opgepakt, verketterde hij in zijn opvliegendheid alles waarin hij geloofde, omdat dit nog niet in hem geworteld was. Hij ontkende Jezus te kennen. Pas na totale afwijzing, verloochening (ook weer drie maal), werd hij pas écht wakker, bij ‘dageraad’, de in het oosten opkomende Licht, wat staat voor wijsheid, en wel voorgesteld als een ontwaken door de haan die hem met flitsend inzicht wakker kraaide.
Pas vanaf dat moment werd Petrus werkelijk een ‘rots’ waarop een school (heet inmiddels kerk) kon worden gebouwd. Toen werd hij feitelijk pas echt ‘apostel’, apóstolos, wat boodschapper betekent in het Grieks.

Er is ook een evangelie van Petrus. Hierin staan opmerkelijke verschillen met andere evangeliën. Frappant zijn de uitroepen van Jezus aan het kruis: “Mijn Kracht, mijn Kracht! Gij hebt mij verlaten” i.p.v. “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten”. Jezus zou volgens Petrus’ evangelie slechts het verlies van zijn Krachten, zijn Geloof, of zijn bovennatuurlijke macht geconstateerd hebben. Deze uitroep van Jezus zou betekenen dat Hij zich niet van God verlaten voelde, maar inzag dat hij als persoon zélf tekort schoot om het lijden te dragen.

Steen wordt in de bijbel vaak als metafoor gebruikt: De mens die zichzelf met stenen sloeg (met dogmatiek, vergelijkbaar met Silas in de Da Vinci code). Het stenigen van mensen (de joden droegen opnieuw stenen aan om Hem te stenigen). Ze droegen dus opnieuw allerlei theorieën en dogma’s aan om Jezus mee te bekogelen, in de poging hem kalt te stellen.
Zo zijn er nog: stenen vaten/kommen waar water in komt (die theorieën doet verdiepen), zaaien op stenige grond waardoor er maar weinig opkomt (waarheid delen met stugge theoretici), en natuurlijk de stenen tafelen, waarop de 10 geboden als opdrachten werden aangeboden aan het volk (de in theorie en sluiers gevatte hogere principes). Alle woorden, begrippen, symbolen, getallen, gelijkenissen, wonderen en andere benamingen moeten we symbolisch zien als ingrediënten van een verborgen esoterische leer. Om die over te dragen aan de oren die horen willen.

De ultieme gelijkenis?

Dan is de vraag: geldt dit ook voor de vertelling van de drie jaren dat Jezus les gaf? Geldt dit ook voor de Jezus-story en van alles wat hij meemaakte? Of geldt het alleen voor de dingen die hij vertelde en deed zoals zijn wonderen? Want als het voor álles in het nieuwe testament geldt, dan geldt het ook voor wat hem op het laatst overkwam: de kruisiging.
Het hele drama van de kruisiging van Christus zou dan dus ook voor iets anders staan dan wat we bijvoorbeeld in de populaire Passion te zien krijgen, of in de Mattheus passion van Bach te horen. Dat is de vraag. Laten we daar naar gaan kijken, deels door wat Maurice Nicholl hierover schrijft, maar ook interpreteer ik nu zelf, geleerd hebbend van zijn bijbel-duidingen.

Allereerst is er verschil tussen een aardse en hemelse ‘koning’. Jezus had het slechts over een hemelse koning, maar veel volgelingen dachten dat het over een aards koningschap zou gaan en over de bevrijding van het joodse volk van de onderdrukkende Romeinen. Hij had dus ook volgelingen die met een verkeerd idee achter hem aanliepen. Dit onbegrip werd waarschijnlijk mede zijn ondergang in fysieke zin. De ‘macht’ pikte namelijk geen andere koning en het volk wilde ‘echte’ bevrijders.

Jezus werd weliswaar opgepakt door soldaten, maar op aanjagen van hogepriesters en farizeeërs die hem verafschuwden.Maurice Maurice Nichol schrijft:
      “Met Schriftgeleerden en farizeeërs worden geen mensen van lang geleden bedoeld, maar mensen van nu die op een bepaald innerlijk niveau staan (vanuit dogmatische leerstellingen), en die zichzelf in alles wat zij doen verdienstelijk vinden en zeer met zichzelf zijn ingenomen en zichzelf meer liefhebben dan wie ook”. 
Eigenliefde i.p.v. liefde voor de naaste dus. Farizeeërs acteren goedheid voor de bühne. Voor de mensen ‘daarbuiten’, en voor innerlijk applaus ‘hierbinnen’. Als dit kleinzielige idee van ‘juist’ of belangrijk te zijn niet sterft, verhindert dit elke vorm van innerlijke ontwikkeling.

Het laatste avondmaal

Het laatste avondmaal is ook een sterke gelijkenis. Het brood met elkaar delen. Brood staat voor geestelijke voeding die doorgegeven wordt. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ betekent in letterlijk vertaling uit het Grieks: ‘geef ons (geestelijke) voeding voor de dagen die komen’. En Jezus liet hen weten dat dit geestelijke en voedende brood ‘zijn lichaam’ zou zijn. De belichaming van alle wijsheid waar hij voor stond. Die belichaming werd vanzelfsprekend gevoed door ‘zijn bloed’, ook hier door wijn weergegeven, want wijn staat voor de allerhoogste wijsheid.
Maar daarnaast heb ik mij laten vertellen dat dit ook letterlijk zou kunnen worden opgevat, omdat als je een klein beetje bloed van iemand van een hoge statuur tot je neemt, dit energetisch en fysiek effect heeft in jouzelf. Vergelijkbaar met het bloedbroederschap bij de native Americans. Een energetisch verbond. Het kan dus zijn dat Jezus werkelijk iets van zijn bloed in de wijn deed.

Judas Iskariot

Dan over Judas Iskariot: Ene Ireneüs schreef dat Judas meer dan iedere andere leerling van Jezus de waarheid van zijn leer besefte en tóch die overlevering aan de macht heeft voltrokken – de overlevering van Jezus aan de hogepriesters, de religieuze macht.
Er is ook een apocrief Evangelie van Judas, waarover veel is gedelibereerd. Het geschrift vangt zelfs aan met dat Jezus acht dagen lang sprak met Judas Iskariot. Je zou bijna denken als een trainer tot zijn topvoetballer, over een te volgen strategie.

In de commentaren over dit Judas-evangelie wordt Judas gezien als een in alle opzichten positief personage, een rolmodel voor iedere volgeling van Jezus. Centraal in dit Judas-evangelie staan Judas’ inzicht en zijn loyaliteit als hét voorbeeld van de lerende mens. Men ziet Judas hier dus als de belangrijkste vertrouweling en vriend, die Jezus beter kende dan wie ook (Judas was drie jaar in zijn onmiddellijke nabijheid, dus ook weer: volledig). Judas leverde Jezus aan de autoriteiten uit omdat Jezus dat van hem verlangde! Door hem uit te leveren verleende Judas hem de grootst denkbare dienst. Hij maakte hiermee dus de vervulling van Schriften mogelijk, die dit al hadden voorschreven. “Ga doen wat je moet doen”, zei Jezus dan ook, nadat hij de discipelen had verteld dat iemand van hen hem zou verraden. Jezus gaf Judas de opdracht.

Maurice Nichol schrijft:
      “Judas speelde een rol. Door alle evangeliën heen is het duidelijk dat Jezus weloverwogen handelde en al zijn discipelen uitkoos met het oog op hun rol die ieder moesten spelen in het grote drama dat was voorzien en tot in alle bijzonderheden was voorbereid. Judas had de moeilijkste rol. Jezus trachtte geheel niet zijn lot te ontlopen en waarschuwde zijn discipelen tijdig dat hij zou worden gedood. En als Judas ‘slecht’ zou zijn geweest… waarom kwamen de anderen dan niet tegen hem op? Uit niets blijkt dat er verdenking op hem viel. Niets pleit ook tegen Judas in de ‘officieel aanvaarde’ evangeliën. En niemand van de discipelen begreep waarom Jezus tegen Judas zei ‘ga heen en doe wat je moet doen’”.

Judas benaderde Jezus uiteindelijk in Getsemane en gaf hem een kus. Ikzelf ben ervan overtuigd dat hij dit deed omdat hij intens van Jezus hield en ermee wilde laten weten ‘ik geloof in jou, ook in dit vreselijke moment’. Er wordt veel over satan geschreven in de bijbel, maar niet t.a.v. de persoon Judas. Dat is heel opmerkelijk! Hij werd dus niet door de satan gedreven, maar door m.i. opperste trouw. De reguliere machtsreligies hebben er alles aan gedaan om Judas te criminaliseren, te demoniseren, en we zien dit soort kwalijke tendensen ook nu nog, overal op de wereld.

Het officiële verhaal is dat Judas daarna berouw Maar het Griekse woord betekent echter letterlijk dat hij onrustig of bekommerd werd. Dat klinkt toch al anders. M.i. is dat logisch als Judas zo’n rotklus te doen had. Hij zou dus willens en wetens die ellendige rol op zich hebben genomen, juist omdat hij een van de sterkste discipelen was. Hij zou zich daarna hebben verhangen, maar in andere evangelie-versies kreeg hij een ernstige aandoening waarbij zijn darmen naar buiten kwamen (of hij werd zelfs oud). Een liesbreuk bijvoorbeeld kan, volgens de uitleg van Louise Hay, die veel fysieke problemen geestelijk duidde, het fysieke gevolg zijn van een ernstige verbroken relatie.

Jezus werd dus weliswaar door soldaten opgepakt, een soort niet zelf denkende en bevelen opvolgende ME-ers dus, maar dit was geheel op aandringen van rechtlijnige en dogmatische priesters die de pest hadden aan die ongrijpbare en steeds populairder wordende kerel.

Eenmaal voor Pilatus werd duidelijk wat de waarde is van een ‘democratie’ waarin populisme overheerst. Het lagere is uit op het vernietigen van het hogere. (in oorlogen en dictaturen worden religieuze instellingen zoals kerken en tempels dan ook als eerste ontheiligd of zelfs vernield. Als je ziet hoe China huishoudt in Tibet…). Het klootjesvolk én de dommekracht-macht is niet gediend van ethiek en zuiverheid, of van wonderlijke zaken die men niet kan verklaren, laat staan begrijpen. Die worden dan stelselmatig ontkend, gedebunkt en belachelijk gemaakt (en heden ten dage zelfs gecensureerd). Men laat in zo’n heftige collectieve identificatie nog liever een criminele bruut vrij, dan een verlicht mens. Pilatus lijkt het allemaal maar weinig te interesseren. Hij ziet eigenlijk helemaal geen gevaar in die ‘zonderling’ die zo zwijgzaam is. Die laat de beslissing dus maar over aan dat klootjesvolk. Want als dat tevreden is, blijft hij gemakkelijk aan de macht en is er rust in de tent.

Het lagere en het hogere

Vervolgens is het ‘lagere’ er altijd op uit om het ‘hogere’ te vernietigen, stelt Maurice Nicholl. Ikzelf stel: De ‘domme’ probeert altijd de wijze af te troeven, het lagere kan het hogere namelijk niet herkennen, maar andersom kan het hogere juist zeer goed een nog niet aangevangen of matige ontwikkeling herkennen.

‘Domme’ mensen (ofwel krachtige ego’s van mensen) nemen ‘aanstoot’ aan dingen en vertrappen de aanleiding ervan. Jezus gaf veel aanstoot met zijn wijsheid als briljante levende leraar. Hij was erop gericht zelfvoldaanheid in iedereen te doorbreken. Hij kwam met het zwaard (dat onwaarheid hakt van waarheid) en niet voor vrede (zoete broodjes). Letterlijk werd dit dus tot een gevaar voor de religieuze macht die geen idee heeft van écht hogere leerstellingen en zich bij het minste al bedreigd voelt. De religieuze macht dreef Jezus naar het kruis, niet de wereldlijke macht.
Omdat Maurice Nicholl mij zeer overtuigd met zijn uitleg van alle gelijkenissen, en van symboliek van Jezus’ handelen, moet ook dit hele kruisigingsdrama wel een gelijkenis zijn. Maar wel een van de moeilijkst begrijpelijke soort.

Oké, het lagere wil altijd het hogere vernietigen. Dus dat zal ook IN ons gelden. Onze lagere driften willen, of doen ons telkens afhouden van waarheid en dus van werkelijke groei en werkelijke innerlijke bevrijding. Op weg naar verlichting – het Koninkrijk der hemelen – kun je dus in grote innerlijke moeilijkheden komen, omdat je merkt dat je nog steeds zeer verdeeld bent als het gaat om van alles te willen en om naar te streven. Je ziet je eigen onmacht en je weet ook dat werkelijke macht niet uit jou als individu komt, maar uit het Zelf. In de bijbel: van God. Dus bid Jezus (eenieder dus, als het tegenzit vertwijfeld) tót dat Zelf, tot God. Je geloof… je kracht… wordt maar al te makkelijk weer verstoord, verzwakt of stuk gemaakt door je eigen lagere mechanische denken en handelen. Het lagere verdrijft het hogere… Het ego laat zich altijd weer gelden en wil niet sterven. Je komt dan sterk in oppositie met jouzelf, het hogere in jou in strijd met het lagere in jou. Al die geïdentificeerde ikjes komen onder druk te staan van wat je werkelijk hebt leren Weten.

Kruis

Je zou kunnen zeggen dat het kruis een krachtig symbool is van innerlijke oppositie, innerlijke tegenkrachten: 180 graden op elkaar gepositioneerde balken waarop je vast komt te zitten en waardoor je lijdt. Maar ook een symbool met de verhouding van de Gulden Snede, en dus beantwoordend aan de hoogste geometrie. Je zou ook kunnen zeggen: beantwoordend aan de hoogste wetten.

Jezus viel 3x onder dat kruis tijdens het kruis-dragen. Volledig onderuit dus weer. De metafoor hier zou dus zijn dat wij eerst door een volledige hel van bijna niet te dragen lasten zullen gaan (de last van wetten) waarna we ook nog eens op dat ‘kruis’ worden vastgespijkerd en zullen sterven…
Er wordt wel gezegd: het ego dient volledig te sterven voor er van werkelijke verlichting sprake kan zijn. De ‘kroon’ op het hoofd van koning Ego is er dan ook een van pijnlijke doornentakken, pijnlijke ego-ervaringen.
Zelfs aan ons ‘kruis’ worden we nog verder gepijnigd als we de gelijkenis volgen. In moeilijke tijden, worstelend in onze eigen innerlijke strijd om het lagere af te leggen, kunnen we ook nog van buitenaf een ‘lans’ door je heen krijgen (van die sarcastische onwetende soldaat), omdat het ego van anderen het lot verafschuwt dat ooit ook hem zélf zal kunnen gaan treffen.
Iedereen die ‘tot het gaatje gaat’ richting innerlijke bevrijding, zal op een of andere manier zijn eigen kruisweg moeten gaan en het ego moeten doen sterven als die ‘misdadiger tegen de innerlijke heelheid’ (de kruisdood was namelijk bestemd voor de ergste misdadigers). En dan is het niet verwonderlijk dat je op momenten uitroept: ‘Mijn Kracht, mijn innerlijke Kracht! Je hebt me verlaten!’. Het kan allemaal érg pijnlijk zijn…

Terugkijkend: wie was dan die Judas in onszelf, die we zouden kunnen zien als een soort hogere kracht in ons, die ons uitlevert aan zulke gewelddadigheid? Maar die ons toch – met een kus – liefheeft en slechts doet wat ‘m door dat hogere in ons is opgedragen? Iets hogers in ons moet er dus op uit zijn om ons die kruisweg op te laten gaan… dat is stof tot veel nadenken en veel contemplatie.

Onze menselijke geest is eigenlijk best makkelijk met een mooie waarheidstheorie te overtuigen van dat hij tot volle volwassenheid en eenheid kan komen, tot verlichting, tot het Koninkrijk der hemelen, maar kennelijk is er volgens de bijbel een ‘verloochening á la Petrus 2.0’ voor nodig om werkelijk alle onze innerlijke verdeeldheid, zelfgenoegzaamheid en pretenties achter te kunnen laten in dat sterven van ons ego; dat zelfbeeld van ons met al zijn laag-bij-de-grondse fratsen. Hebben we hiervoor dan die door het hogere ingestelde saboteur van dat ego in ons meegekregen?

Slapende apostelen

De apostelen werd voordat Jezus werd opgepakt overigens gevraagd om te waken, zodat zij mét hem waren tijdens zijn beroemde gebed in de Hof van Olijven. Eenmaal weergekeerd zag Jezus dat ze liggend in slaap waren gevallen. Maar ‘slaap’ en ‘liggend’ staan voor de mechanische onbewustheid in denken, voelen en handelen, vanuit ego-bewustzijn dus. Deze gelijkenis is dus heel duidelijk: ze waren terug in hun lagere staat gekukeld – de wakende slaap – en mijn overtuiging is dat ze in werkelijkheid heftig zullen hebben gediscussieerd over hoe Jezus te redden, over hoe de soldaten af te troeven, over hoe de strijd tegen ze aan te gaan, of over hoe ze ervandoor zouden kunnen gaan. Ze kwamen terug in het mechanische ego-bewustzijn van ‘gewone’ en niet ‘bekeerde’ mensen. Ze vielen in zekere zin weer van hun geloof. Logisch dat Jezus daarom daarover onthutst was. Na al die jaren van lessen en het voorbeeld geven.
De heftige Petrus hakte een soldaat zelfs nog een oor af, want hij was als briljant theoreticus toch ook de meest ‘aardse’ leerling en tevens de opvliegendste. Na opgepakt en afgevoerd te zijn, kwam Jezus’ voorspelling aan Petrus dan ook uit – hij kende zijn pappenheimers. Na volledige ontkenning (3x verloochening, dus volledig), schrok Petrus zich dood en werd toén pas écht wakker, bij de ‘dageraad’, bij opkomst van het Licht, door de haan die hem als een flitsend inzicht wakker kraaide. De haan staat hier dus voor de ultieme wakkermaker. Toen pas bereikte hij een hoger niveau omdat al zijn ‘uitgenaste ijdelheid’ was afgebroken door zijn eigen verloocheningen en schaamte hierover.

Maar het fysieke sterven van Jezus bleek geen werkelijk sterven. Jezus was namelijk opeens verdwenen, op de derde dag (alweer 3!) nadat de afdekkende steen voor zijn grotgraf onopgemerkt was weggerold. Steen. ‘Stenen waarheid’ die de ruimte daarachter afsloot, was verwijderd. En de ‘persoon’ was verdwenen. Alleen zijn kleding lag er nog…

Wel werd een engel zichtbaar voor hen die het graf open en leeg hadden aantroffen. Een engel… Wellicht is de engel de gelijkenis voor een hemels of goddelijk inzicht. In onze persoonlijke kruistocht en kruisiging, zullen we dus niet sterven maar ‘ten hemel’ gaan. We bereiken het eeuwig leven omdat we volledig tot het Zelf zijn gekomen. We zijn niet langer het Zelf als begrepen theorie en raken er in onze beleving nooit meer van weg; precies zoals dit in de Bhagavad Gita, het oeroude Vedische geschrift, door de god Krishna is beschreven aan Arjuna, die voor datzelfde dilemma stond: het uitroeien van zijn ‘familie’ die hem op een of andere manier ‘geliefd’ was. In de Bhagavad Gita wordt duidelijk gemaakt dat de dood niet bestaat, want “alleen wie in Dood gelooft, zal keer op keer door de Dood worden gedood”. En wie na ontbering en na zijn eigen hemelvaart in het Koninkrijk der hemelen is aangekomen, volledig zich-ZELF Zijnde, heeft het eeuwige leven. Die wordt als Jezus zelf na zijn ‘opstanding’. De innerlijke ontwikkeling van de mens, de mogelijke evolutie van de mens, het zoeken naar het koninkrijk der hemelen, het is er allemaal erop gericht de Christus in onszelf Waar te maken.

vergina-star-vector

© Michiel Koperdraat